Bioproducent worden

pictogramme poule

U wilt milieuvriendelijker aan landbouw doen? U maakt de overstap naar de biologische landbouw? U wilt uw bioactiviteit opwaarderen en laten certificeren? U wilt uw producten verkopen met biolabel? Hieronder vindt u alle informatie die u nodig hebt, zowel voor uw plantaardige als voor uw dierlijke producten.

Wat is uw bioactiviteit?

U hebt een landbouwbedrijf en wilt uw verschillende activiteiten bekendmaken? Het kan gaan om polycultuur, veeteelt, groenteteelt, boomkwekerij (kerstbomen inbegrepen), braakliggende percelen, paddenstoelen of natuurreservaten.

Welke informatie is essentieel om uw activiteit als bioproducent op te starten?

Om uw producten als bioproducten te verkopen, moet u eerst een omschakelingsperiode doorlopen.

De omschakeling naar BIO voor uw bedrijf kan twee tot drie jaar duren, naargelang van uw activiteit. Ze geldt voor de landbouwpercelen en de eventueel aanwezige dieren. Tijdens de omschakelingsperiode moet u alle regels inzake bioproductie toepassen, maar mag u het product nog niet als bioproduct verkopen. Voor u uw biocertificaat krijgt, ontvangt u een omschakelingsattest.

De omschakelingsduur varieert naargelang het type teelt. Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende omschakelingsschema’s.

cochon
schema-producteurs-nl-1
schema-producteurs-nl-2
schema-producteurs-teelten
schema-producteurs-nl-4
vache

Omschakeling van herbivore dieren

Voor omschakeling van herbivoren dient men het onderscheid te maken tussen gelijktijdige en gefaseerde omschakeling.

  • Gelijktijdige omschakeling
    Plantaardige en dierlijke productie van de gehele productie-eenheid worden gelijktijdig omgeschakeld: de plantaardige en dierlijke productie doorlopen een omschakelingsperiode van 24 maanden zoals voorzien in artikel 38.2 van Verordening 889/2008. De landbouwer kan steeds voor deze gelijktijdige omschakeling (blijven) kiezen. Conventionele runderen die daarna worden aangekocht, moeten drie kwart van hun leven ononderbroken in een bioboerderij doorbrengen om het biostatuut te krijgen, met ten minste één omschakelingsjaar voor runderen die jonger zijn dan een jaar. Voor kleine herkauwers bedraagt deze omschakelingsperiode 6 maanden.
  • Gefaseerde omschakeling
    Gefaseerde omschakeling naar een biologische dierlijke productie wil zeggen dat de landbouwer start met de omschakeling van de plantaardige voederproductie en ten vroegste 12 maanden later start met deze van het de herbivore dieren (een gunstig moment lijkt vanaf 1 april / 1 mei gezien weidebeheer/perceelsaangifte).  Mits ondermeer voldaan wordt aan een aantal voorwaarden inzake het veevoeder, kan de melk van de dieren die reeds aanwezig waren op het bedrijf na een omschakelingstermijn van 6 maanden als biologische melk op de markt gebracht worden.  De dieren zelf zijn op dat moment nog niet omgeschakeld en doorlopen een aparte omschakelingstermijn.

Omschakeling van niet-herbivore dieren

Voor niet-herbivoren (varkens en gevogelte) mag de omschakeling van de buitenruimte worden beperkt tot zes maanden, indien voor de datum van de kennisgeving geen product werd gebruikt dat niet toegestaan is en indien het resultaat van de bodemanalyse voor organochloorpesticiden en organofosforpesticiden negatief is.

Wat de omschakelingstermijn van de dieren betreft geldt in het bijzonder artikel 38 van Verordening 889/2008:

  • Zes maanden voor varkens
  • Tien weken voor voor de vleesproductie bestemd pluimvee dat vóór het bereiken van de leeftijd van drie dagen in het bedrijf is binnengebracht
  • Zes weken voor voor de eierproductie bestemd pluimvee
cochons qui se nourrissent

Zaai- en pootgoed

Het zaai- en pootgoed dat u gebruikt, moet afkomstig zijn uit de biologische landbouw. Wanneer er geen biozaaigoed beschikbaar is, en volgens de specifieke voorwaarden die zijn opgelegd door het gewest, kunt u een aanvraag tot afwijking indienen. Dat kan bij voorkeur via de website van OrganicXseeds voor conventioneel onbehandeld zaaigoed of via het afwijkingsformulier van uw gewest (Wallonië, Brussel en Groothertogdom Luxemburg   –   Vlaanderen).

choux bio
culture de plante bio

Bodemvruchtbaarheid en -activiteit

Respect voor de natuurlijke cyclus hoort onlosmakelijk bij de filosofie van de biolandbouw. De bodemvruchtbaarheid en -activiteit moeten dan ook bij voorrang in stand worden gehouden of verbeterd via teeltrotatie over meerdere jaren, de teelt van groenbemesters en vlinderbloemigen, het recycleren en het composteren van organisch materiaal.

De lijst met toegestane meststoffen of bodemverbeteraars van natuurlijke oorsprong of afgeleid van natuurlijke stoffen vindt u in bijlage 1 van de Europese bioregelgeving.

Opgelet: de bioregelgeving verbiedt hydrocultuur.

Parasieten, onkruid en ziekten

Het is cruciaal dat u alle mogelijke preventiemiddelen inzet om de impact van parasieten, adventieven en ziekten te vermijden. Dat kan via het gebruik van resistente rassen, een aangepaste bodembewerking (schoffelen, eggen enz.), teeltafwisseling en combinatieteelten, het aanplanten van hagen die de biodiversiteit bevorderen en de aanwezigheid van hulpmiddelen of biologische bestrijding indien nodig.

Ook andere bijkomende bestrijdingsmiddelen zijn toegestaan in de biolandbouw, maar alleen indien ze in bijlage 2 van de Europese bioregelgeving voorkomen.

De Europese regelgeving geeft een opsomming van de actieve stoffen die zijn toegestaan in de biolandbouw. De commerciële formulering moet evenwel door de lidstaat worden aanvaard. Op de website www.fytoweb.be kunt u nagaan of een in België erkend gewasbeschermingsmiddel mag worden gebruikt in de biolandbouw.

tomate bio

Herkomst van de dieren

Kies bij voorkeur voor aangepaste en resistente stammen en rassen, die inheems of lokaal zijn. De dieren moeten geboren zijn in het bedrijf zelf of afkomstig zijn van een bioboerderij.

In sommige gevallen (vorming van veestapel, vernieuwing van veestapel enz.) zijn afwijkingen mogelijk. De betreffende dieren doorlopen in dat geval een omschakelingsperiode die varieert naargelang de soort.

poules dans un jardin
agriculteur près d'une vache

Huisvesting en uitloop

Alle dieren hebben toegang tot een uitloop. Zodra de weersomstandigheden het toelaten, grazen de herkauwers buiten.

Elk dier beschikt binnen over een minimale strooiseloppervlakte waarop het vrij kan bewegen. Het gebouw wordt op natuurlijke wijze verlucht en heeft voldoende daglicht.

Voor het welzijn van de dieren is het aantal dieren beperkt.

De bioregelgeving verbiedt niet-grondgebonden veeteelt.

Voeding

De dieren moeten worden gevoed met ten minste 60% voeder dat wordt geproduceerd in het bedrijf zelf of in samenwerking met marktdeelnemers van dezelfde regio. Jonge zoogdieren worden gevoed met moedermelk of natuurlijke melk.

Het voeder moet volledig afkomstig zijn uit de biologische landbouw, tenzij het gewest tijdelijk een afwijking heeft toegestaan (bijvoorbeeld bij erkende droogte, brand enz.). Niet-biologische eiwitrijke grondstoffen zijn toegelaten maar uitsluitend voor varkens en pluimvee en met maximum 5%. Zulke afwijkingen blijven wel de uitzondering. Het voeder moet toegestaan zijn door de bioregelgeving en mag in geen geval afkomstig zijn van ggo’s.

De toevoeging van voeders in omschakeling is tot op zekere hoogte toegestaan, naargelang het type voeder en de omschakelingsstatus.

Het gebruik van additieven en andere stoffen is mogelijk naargelang de beperkingen van de Europese regelgeving.

In de biologische landbouw is vetmesten verboden.

cochons qui se nourrissent
élevage de cochon en extérieur

Preventie van ziekten en behandelingen

Preventie en het stimuleren van de natuurlijke afweer zijn twee kernbegrippen in de bioveeteelt. Bij gezondheidsproblemen worden in de eerste plaats homeopathie en fytotherapie toegepast. In de biolandbouw geldt als algemeen principe dat de dieren niet preventief worden behandeld. De algemene regelgeving rond inentingen en verplichte behandelingen is wel van toepassing.

Curatieve diergeneesmiddelen mogen enkel worden toegediend als het toegestane aantal behandelingen per soort en per jaar wordt nageleefd en als de wettelijke wachttijd voor de verkoop wordt verdubbeld, met een minimum van 48 uur.

Controle van de conformiteit van zaai- en pootgoed en biovoeding

Ga na of de producten die u wilt kopen afkomstig zijn van de biologische landbouw of bruikbaar zijn in de biologische landbouw. Iedere leverancier moet in staat zijn om u een geldig certificaat voor zijn producten voor te leggen. Ook op de factuur, de etiketten en de leveringsbon moet het biologische karakter van de producten vermeld staan.

deux personnes qui discutent autour de choux
laitue bio

Controle van de toegestane producten in de biologische landbouw

De bestanddelen van meststoffen, behandelingsproducten en reinigingsproducten moeten toegestaan zijn volgens de bijlagen 1, 2 en 7 van de Europese bioregelgeving. De reinigingsproducten moeten enkel bestemd voor reiniging van gebouwen voor dierlijke productie.

Geen verontreiniging bij de oogst, de opslag en het transport; traceerbaarheid

Alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om vermenging met en verontreiniging door producten die niet zijn toegestaan door de bioregelgeving te vermijden.

In elke fase worden registers bijgehouden (register voor teelt, vee, oogst, opslag, levering enz.) om alles volledig te kunnen traceren.

radis bio
vaches dans une prairie

Correct beheer van gemengde bedrijven

Het biolastenboek biedt de mogelijkheid om biologische productie te combineren met conventionele productie. Dat gebeurt in verschillende eenheden waar de producten duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.

Bij plantaardige productie moeten de bioproducten en conventionele producten visueel van elkaar te onderscheiden zijn. Zo mag u geen dubbele producten hebben, d.w.z. zowel bio als conventioneel van dezelfde teelt.

Bij dierlijke productie mag u niet dezelfde soorten als bio en conventioneel kweken.

Hoe kunt u kruisbesmetting of onopzettelijke besmetting vermijden?

Er bestaan verschillende oplossingen om dergelijke besmettingen te vermijden via enkele best practices in de landbouw, zoals het aanplanten van hagen tussen de biopercelen en de conventionele percelen, het gebruik van aangepaste en goed afgestelde uitrustingen of een onbehandelde bufferzone in te lassen langs de biologische percelen. Ook op officieel niveau worden er maatregelen genomen om besmettingen te vermijden. Bovendien wordt het gebruik van pesticiden nauwkeurig geregeld door erkenningsakten.

Meer details hierover vindt u op de federale website www.fytoweb.be.

U kunt bij ons terecht voor een voorbeeldbrief om uw niet biologische naburige landbouwbedrijven in te lichten .

cochons en extérieur

Uw tarief wordt bepaald op basis van uw type productie (dierlijk, plantaardig, melk). Bekijk hier het tarief voor uw gewest.

Wilt u een inschatting van uw jaarlijkse bijdrage voor uw activiteit? Gebruik dan zeker onze bijdragesimulator

Om u nog beter te begeleiden, vatten wij voor u de belangrijkste punten van de Europese bioregelgeving samen in deze praktische gids 

Wij zijn ook een erkend biocontroleorgaan voor uw activiteiten in het Groothertogdom Luxemburg.

guide pratique proposé par CERTISYS - règlementation de l'agriculture biologique pour les producteurs

Hoe verloopt uw biocontrole?

De erkenningscontrole is de eerste controle, waarbij de auditor van CERTISYS® nagaat of u voldoet aan de wettelijke vereisten. Hij komt langs op afspraak, binnen 30/60 kalenderdagen nadat we uw biokennisgeving hebben ontvangen. Na afloop van deze controle wordt een omschakelingsattest opgemaakt. Tijdens zijn bezoek zal de controleur van CERTISYS® de volgende zaken controleren:

Agriculteur dans sa ferme
choux bio

Voor alle marktdeelnemers:

  • De accreditaties van de leveranciers;
  • Het klachtenregister;
  • De inkomende en uitgaande boekhouding van het voorbije boekjaar;
  • De herkomst van de grondstoffen;
  • De opslag;
  • De voorraad diergeneeskundige middelen;
  • De meststoffen en fytosanitaire producten (beoordeling van niet-toegestane producten).

Daarbovenop voor de plantaardige producties:

  • De volledige beschrijving van de volledige productie-eenheid (lijst met alle gebruikte percelen);
  • De installaties (gebouwen, opslagplaatsen, verwerkingsruimte, verpakkingseenheid);
  • Eventuele verwerking na de oogst (loonwerkers);
  • Het teeltboek (herkomst van het zaaigoed/inputs, ingrepen, oogsten);
  • De toestand van de voorraden.
choux bio
vache dans un pré

Daarbovenop voor de dierlijke producties:

  • De soorten;
  • Het doel van de dieren (vlees/melk, gevogelte/eierproductie);
  • De installaties (stallen, opfokstallen, opslag);
  • De beschrijving van het voederrantsoen;
  • De kweekpraktijken;
  • De ziektepreventie;
  • Het veeboek (dierregister, voeding, behandelingen);
  • De verhandelingsbonnen voor dieren.

De jaarlijkse hernieuwingscontrole gebeurt op afspraak op een moment dat voor beide partijen past.

Deze controle verloopt in het bedrijf en alle registers worden nagekeken. Op die manier kan de beschrijving van de bioproductie-eenheid up-to-date worden gehouden.

 

Welke belangrijke documenten moet u bewaren en voorleggen bij een biocontrole?

Voor alle marktdeelnemers:

  • De accreditaties van de leveranciers;
  • Het klachtenregister;
  • De inkomende en uitgaande boekhouding van het voorbije boekjaar;
  • De herkomst van de grondstoffen;
  • De aard en hoeveelheid van gebruikte meststoffen.
vache dans un pré

Voor de plantaardige producties:

  • Het teeltboek (herkomst van het zaaigoed/inputs, ingrepen, oogsten);
  • De lijst van percelen;
  • De toestand van de voorraden.

 

Voor de dierlijke producties:

  • Het veeboek (dierregister, voeding, behandelingen);
  • De verhandelingsbonnen voor dieren.

Het biocontrolesysteem voorziet in steekproefsgewijze controles. Het aantal steekproefsgewijze controles wordt bepaald door een risicoanalyse. Het zijn er maximaal zes per jaar. Deze bezoeken gebeuren meestal onaangekondigd.

De auditors stemmen hun bezoek af op het seizoen en op wat er geproduceerd zal worden. In de winter bezoeken ze eerder stallen en opslaginstallaties. Als het weer opnieuw beter wordt, gaan ze langs op de percelen.

De controleurs nemen stalen van de bodem, de oogst of dierlijke producten. Het aantal af te nemen stalen in een periode van een jaar hangt ook af van een risicoanalyse.

vache dans un pré

Welke andere documenten zijn nuttig om bioproducent te worden?

Wenst u meer informatie?

Contacteer ons